Vaders en fietsen

young mini me

Mijn vader was een fietser, een hardrijder zoals ze dat in Friesland noemen. Een hardrijder met Amsterdams bloed. Van jongs af aan zag ik mijn vader het erf af fietsen en moe maar voldaan weer terugkomen, waarna zijn fiets helemaal uit elkaar gehaald werd in de tuin.

“Mijn vader had voor alles een potje of een busje”.

Diesel om de ketting en cassettes in te bewaren, naaimachine olie om de ketting te smeren en chroompoets om alle glimmende delen weer extra te laten glimmen. En voor alle poetsklussen een ander doekje. Die fiets, volgens mij een Giant, was mijn vaders trots.

Mijn vader leerde me ook de liefde voor de koers. Hij leerde me onbewust de koers lezen, zoals hij me ook leerde schaatsen kijken. Met een grote voorliefde voor de 10 kilometer.

Toen ik een jaar of 8 was en ging fietsen bij Wielervereniging Assen (in geel/zwart tenue) ging hij iedere week trouw mee. Daar leerde ik sturen en in een peloton rijden. En sjoelen, veel sjoelen. Ik weet eigenlijk niet waarom we dat deden. Misschien had het wel iets met vaste hand te maken. Dat ik daardoor beter kon sturen. Ik weet ook nog heel goed dat ik gekeurd moest worden voor ik wedstrijden mocht rijden. Het was een medische keuring, waarbij de arts of fysiotherapeut constateerde dat ik scheef stond. Mijn ene kant was langer dan de andere. Ter plekke ben ik toen gekraakt, in mijn rug en mijn nek. Ik wist niet wat me overkwam. Tranen over mijn wangen.

Heel soms fietsten we samen een rondje, waarbij hij het dan niet kon laten om even een sprint aan te trekken. Pas veel later hoorde ik dat hij heel hard kon fietsen vroeger. Het was dus niet zo gek dat ik hem niet bij kon houden met mijn spillebenen.

“Pas veel later hoorde ik dat hij heel hard kon fietsen vroeger.”

In mijn jeugdjaren reed ik verschillende wedstrijden. Rondjes rond de kerk. Nooit met enig succes. Jankend kwam ik als een na laatste over de meet. Alleen maar omdat ik het verdomde om laatste te worden. Het peloton had me dan meestal al zeker 1 keer en soms meerdere keren op een ronde gezet. Mijn vader ving mij op en zorgde voor mijn materiaal. Bandjes op spanning, loopt de ketting goed?

Hij leerde mij in die tijd om goed voor je materiaal te zorgen. Iets waar ik later als tiener natuurlijk lak aan had. Hij kon zich regelmatig druk maken over het feit dat ik hard de stoep op fietste en de zoveelste slag in mijn wiel had.

Inmiddels fietst mijn vader niet meer fanatiek. Zijn knieen willen niet meer altijd even goed. Regelmatig moet ik denken aan de keren dat ik als klein jongetje in het gras naast hem zat te poetsen aan mijn eigen fiets. En hoe ik toen eigenlijk alles al van hem heb geleerd. Een doekje voor het vuil, zachte doekjes voor het poetsen en licht vet afhalen, het schoonmaken van mijn spaken en mijn frame. Nog steeds kan ik ervan genieten om mijn fiets te poetsen, net zo lang tot hij weer als nieuw is. Ook ik heb inmiddels overal wel een potje of een middeltje voor. En ook mijn zoon van 5 staat regelmatig naast mij om zijn fiets te poetsen. Of hij vraagt of ik zijn fiets ook even aan de haken aan het plafond in de schuur wil hangen. Ik zet er een trapje naast en laat hem poetsen.

Mooi is dat.

 

1 thought on “Vaders en fietsen

  1. Gaaf!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.