Summit 2 Summit

Summit2Summit

Het is de dag voor Kerst, 2018. Vroeg in de morgen rij ik met Alex naar Vaals, voor de Summit 2 Summit. Een rit van 120 kilometer van het hoogste punt in Nederland op de Vaalserberg naar het signaal van Botrange, het hoogste punt van België en terug. Deze Summit 2 Summit rit wordt dit jaar voor de derde keer georganiseerd door Specialized. Zie ook de website voor meer informatie en gpx files.

Summit@Summt2-2

Op de Vaalserberg staan nog zo’n 70 dik ingepakte mensen klaar om deze tocht te gaan rijden. In mijn helm heb ik kerstlampjes vastgemaakt met Gaffa. De dikke batterij zit achterop mijn helm geplakt.

Na een korte toespraak door de organisatie van Summit 2 Summit met koffie en een koek, gaan we op pad, de Vaalserberg af. We dalen af aan de Belgische kant. Het is guur en we knijpen allebei flink in onze remmen tijdens deze afdaling. Beneden in het dorp aangekomen is de grote groep al verdwenen. Gas gegeven en vertrokken. Even kan ik volgen, ik kijk om en Alex is weg. Ik knijp in mijn remmen en kies een ander tempo omhoog tot hij weer aansluit.

“We sluiten aan bij een groepje mountainbikers. Ze rijden een prima tempo dat voor ons allebei goed te volgen is. Een van hen heeft een achterlicht dag zo fel is dat het zeer doet aan je ogen. We besluiten om beurten achter hem gaan rijden”

Na zo’n 15 kilometer draaien we rechtsaf een fietspad op. Het blijkt een oude spoorlijn, die helemaal geasfalteerd is voor fietsverkeer. Het is een prachtige route door de natuur. Af en toe komen we door een dorpje met een verlaten station en hier en daar wagons. Het is lang geleden dat de trein hier reed.
Na zo’n 30 kilometer komen we bij de eerste stop. Hier is koffie en kerstbrood. Omdat we het gevoel hebben dat we lekker gaan en het nooit ver kan zijn naar de tweede bevoorrading, besluiten we door te rijden. De spoorlijn vervolgt zijn weg door het prachtige landschap. Langs beide kanten rijden we langs waterwallen, door oneindige bossen en langs weilanden met prachtig kronkelende beekjes.

“En dan begint het te regenen. Eerst zachtjes, maar al gauw harder.”

We voelen de wind op kop harder waaien. Ik besluit Alex uit de wind te zetten en ga op kop rijden. 29 per uur. Dan kan ik je volgen, hoor ik hem zeggen. Ik rijd nu alleen maar op mijn snelheid. Nergens naar kijken, gewoon doortrappen. Na 5 minuten kijk ik om. Alex is weg. Ik zie hem niet meer. Ik stop. Waarom roept hij dan ook niet? Dan zie ik een blauw stipje verschijnen. Het komt langzaam dichterbij.
Daar is hij weer. Ik vertel hem dat hij wel moet roepen de volgende keer. Voor het zelfde geld had ik een kwartier niet omgekeken, in plaats van 5 minuten.
Samen rijden we verder. Eindelijk eindigt hier het fietspad. Er staat een autootje van Specialized dat ons naar links wijst. Is het nog ver naar de bevoorrading? ‘Nee, nog een klein stukje de berg op en dan ben je er’, is het antwoord.
En dus rijden we verder. Na meerdere chique restaurants te zijn gepasseerd, die onmogelijk een stop voor vieze, natte en modderige wielrenners kan zijn, slaan we rechtsaf een N-weg op. Al snel blijkt dat de auto’s ons hier met 100km per uur passeren. De weg gaat verder omhoog en is erg onoverzichtelijk. Zeker nu in de regen. We zijn helemaal klaar. Allebei. We hadden gehoopt om na een kilometer of 50 ergens te kunnen eten. Ons energielevel is laag en het is koud.

Na een kilometer of 5 vind ik een informatiecentrum van het natuurgebied waarin we fietsen.


Onder het bord voor linksaf wacht ik Alex op en drijfnat en koud stappen we de cafetaria binnen van het informatiecentrum. Er is nog een plekje naast de houtkachel dat we graag innemen. Snel trekken we de meeste natte kleren uit en hangen die te drogen naast de houtkachel. We eten friet met frikandel. Warm en calorievol. En cola. Energie moet erin. We zijn pas op 70km.
We blijven lekker lang zitten en bestellen nog wat te drinken. Echt warm worden we nog niet, maar het is hier in elk geval lekkerder dan buiten. Andere fietsers zien we hier niet. Dan zal dit wel niet de voorziene stop zijn.
Na een half uurtje trekken we onze klamme kleren weer aan en gaan we terug naar onze fietsen. Mijn achterlicht is inmiddels overleden door alle water dat hij te verwerken heeft gekregen. Ik trek mijn witte regenjack met reflectie aan, om goed zichtbaar te zijn en pak mijn fiets. Ik kijk om me heen. Alex is weg. Gewoon weg. Ik fiets de parkeerplaats op. Geen Alex. Als ik terug rijd naar de N-weg, zie ik hem in de verte alweer tegen de berg op rijden. Gelukkig.
Ik rij naar hem toe en na twee kilometer komen we bovenop deze rotberg. Links is het hoogste punt van België: Barraque Fraiture. Hier barst het van de fietsen op het terras en de zaak zit goed vol. We zijn dus twee kilometer te vroeg gestopt.

“Het gaat nu naar beneden. Er is op deze N-weg geen fietspad, dus we rijden in de geulen die de vrachtwagens hebben gemaakt. In de geulen liggen enorme plassen water, maar verder op de weg rijden is zelfmoord, zo hard wordt hier gereden. “

Summit@Summt2-2

Het lijkt niet erg stijl naar beneden te gaan, maar onze snelheid loopt hard op. Mijn benen worden koud. Ik voel mijn vingers niet meer. Op mijn Garmin zie ik dat de snelheid hard oploopt naar 60 per uur. Ik knijp hard in mijn remmen, maar door alle water op de weg, krijg ik het niet bij geremd. Dat maakt me angstig. Andere fietsers komen me met een noodgang voorbij. Dan zegt mijn Garmin dat we linksaf moeten. Ik krijg net mijn fiets in een normale snelheid voor de afslag. De wind waait ons hier bijna van de weg. Een smal strookje langs de weg is onze plek, maar ook dit is een N-weg waar veel te hard gereden wordt.

En dan ineens moeten we rechtsaf. Zeker weten? Er staat een slagboom over de weg. Ja, er staan fietssporen langs de slagboom, dus het zal wel kloppen. Langzaam dalen we de eenzame, steile weg naar beneden af. Het si een prachtige weg door het bos, met aan de rechterkant een enorm stuwmeer. Als we beneden komen, rijden we over de stuwdam met een enorm beeld van een leeuw. Er is hier niemand. Helemaal verlaten. Een vreemde futuristische plek, midden in het bos. Het is alsof we een James Bond scene inrijden. Prachtig. Vanaf hier rijden we prachtige kleine wegen richting het noorden. We krijgen weer goede moed.. Het stopt met regenen en langzaam maakt de koude plaats voor warmte.

Piep piep. Mijn Garmin meldt dat zijn batterij bijna leeg is.


We moeten nog zo’n 15 kilometer en hebben geen idee waar we zijn. Gauw gaan we op zoek naar iemand die dezelfde route rijdt. Voor ons rijd een man. Als ik hem inhaal, geeft hij aan liever alleen te rijden. Hij is longpatiënt en heeft maar 40% longinhoud. Waanzinnig knap dat hij hier rijdt en deze rit van 120 kilometer aangaat. Ik snap volledig dat hij alleen wil rijden en laat hem lekker gaan. Even later komen een jongen en een meisje ons voorbij. Ze rijden aardig door en ik spoor Alex aan om aan te pikken. We moeten even flink op de pedalen omhoog, maar we kunnen volgen.
We volgen ze tot aan de voet van de Vaalserberg, het einde van deze Summit 2 Summit. Dan gaan we alleen naar boven. We zetten onze fietsen in de auto en kleden ons om in een mini toilet in een kroegje op de Vaalserberg. Met een aantal andere deelnemers drinken we een trappist. En dan lekker naar huis. Moe, voldaan en weer een avontuur rijker.