Stom

Vanmorgen op mijn fiets vertrokken met goede moed en de zon op mijn lijf. Koersrichting: Willemstad, in het Noordwesten. Eenmaal het dorp uit voel ik meteen de krachtige wind in mijn rug en de kou die nog in de wind zit. ‘Ik kan nu nog terug, ik ben nog vlakbij huis’. Maar natuurlijk besluit ik door te rijden. Even aanzetten om aan te kunnen pikken bij een groep die voor me rijdt. Ik ga 38 per uur en ik voel me lekker. Ik vlieg!

‘Ik kan nu nog terug, ik ben nog vlakbij huis’

De groep gaat naar links. Ik bedenk me dat als ik op deze manier naar Willemstad fiets, ik er met deze wind en alleen fietsend heel lang over ga doen om weer thuis te komen. Dus ik ga rechts. Ik heb niet zo’n zin om straks alleen tegen de wind in te moeten rijden. In Zevenbergen rij ik richting Zevenbergschenhoek. Meteen rij ik de polder in, rechtsaf de hoek om. De wind komt nu recht van voren. Mijn rechterknie voelt dik en doet pijn.

‘Terugschakelen. Ik trap weer lichter’

Mijn tempo is inmiddels teruggelopen naar 25 km per uur. Het wordt kouder. Ik zie een enorme wolkenmassa rechts van me voor de zon schuiven. 5 Minuten later zie ik de wieken van de windmolens niet eens meer. Het wordt steeds kouder. De kou snijdt door mijn wielershirt heen. Ik had misschien toch een jack aan moeten trekken. Alle fietsers die ik tegen kom vandaag zijn beter voorbereid en dik, winters ingepakt. Ik ben de enige in korte broek en een koersshirt.

Na 30 km vind ik het mooi geweest. Ik ga naar huis. Ik heb het koud.

Om mezelf toch niet helemaal mijn zin te geven rij ik nog even om, om 2 extra viaducten mee te pakken. Bijna thuis gaan mijn trappers als vanzelf weer rond en rij ik weer 35 km per uur.

Soms is fietsen gewoon stom.