De reprise

Het is 1 augustus 2017. Met mijn vrouw en mijn zoon ben ik op vakantie in de Provence. We hebben onze tent opgezet op een camping bij Faucon, zo’n 10 minuten rijden van Vaison la Romaine.

De top van Mont Ventoux is maar 35 kilometer verder.  De berg ligt zo dichtbij dat we hem elke dag zien als we naar de rivier gaan om te zwemmen en op de terugweg weer. Toen we de eerste dag van onze vakantie aan kwamen rijden en ik de berg van een grotere afstand zag, kreeg ik kriebels in mijn buik. Hij leek nog groter dan hij afgelopen jaar al leek, toen we met 9 mannen van de Heeren van het Goede Leven de berg op zijn gereden.


En vandaag, op 1 augustus 2017, komen 4 van die Heeren bij elkaar in Malaucene om het nog een keer te doen. We hebben om kwart over negen afgesproken bij de fietsenwinkel in Malaucene. Het is nu half zeven. Mijn wekker is nog niet gegaan en mijn gezin ligt nog heerlijk te slapen. De andere mannen, die verder moeten rijden, zullen nu bijna klaar zijn voor vertrek. Ik lig lekker te luisteren naar de vogels en de wind in de bomen. Heerlijk vind ik dat van een tent, dat je zo dicht bij buiten bent de hele dag. Na een uur gaat mijn wekker. Ik hoor mijn zoon de rits van zijn binnentent open ritsen. ‘Papa, gaan we eruit?’ ‘Ja vent, het is tijd’, antwoord ik en samen gaan we de tent uit, de ochtendzon in. We maken samen koffie in het pruttelpotje dat we van mijn schoonouders kregen en halen brood. Dan wordt ook mijn vrouw wakker en samen eten we ontbijt. Het is 29 graden.


Gisteravond heb ik mijn fiets helemaal uit elkaar gehad. Trappers eraf, remblokjes vervangen, ketting gepoetst en gesmeerd. Nu ligt hij schoon en in stukjes in de auto. Te wachten op onze rit.
Zo gestructureerd als ik thuis ben voor ik ga fietsen, zo ben ik nu alles kwijt. Gisteravond heb ik alles klaar gelegd, maar ik weet niet meer waar ik alles heb gelaten. “Verdomme, waar is mijn hartslagmeter nou weer!” Als ik alles heb verzamelt, kijkt mijn vrouw me lachend aan.
Na een korte douche stappen we in de auto naar Malaucene. We hebben extra water mee, mocht het water in mijn bidons niet genoeg zijn, koeken en suikers. Vandaag gaan de families (vrouwen en kinderen) van de Heeren mee naar de top. Ze zijn onderdeel van ons avontuur. Mijn zoon zit achterin met het Skoda petje op dat hij bij de Tour de France heeft gevangen deze zomer en hij heeft een spandoek mee. Hij heeft het me al een paar keer laten zien. “Papa ik sta hier”, staat erop.

Het is kwart voor negen ’s morgens en de temperatuurmeter in de auto geeft inmiddels 32 graden aan. Ik zit in mijn fietsbroek met ontbloot bovenlijf achter het stuur. Alle ramen van de auto zijn open. De wind en de muziek waaien hard door de auto. Een kwartier rijden en we zijn in Malaucene. Mijn buik kriebelt. We parkeren de auto aan de rand van het dorp. Ik zit op mijn fiets en mijn zoon wil een hand. Hand in hand gaan we het dorp in. Mijn vrouw er achteraan.

En dan komt iedereen bij elkaar. Johan, Alex, Sjaak en ik. 3 Mannen in hun Heeren van het goede leven tenue en ik in mijn eigen shirt. Allemaal met hun familie. Een mooi weerzien op een prachtige plek. Na wat draaien en keren en de  noodzakelijke foto’s is het tijd om te gaan.


We rijden Malaucene uit richting Bedoin. Johan en ik voorop, rustig peddelend. Achter ons Alex en Sjaak. Meteen buiten het dorp zijn we ze al kwijt en horen we Alex roepen dat hij rustig aan doet. We hadden niet anders verwacht.
Even buiten het dorp wachten we nog op elkaar, maar dan is het weer  ieder voor zich naar boven. Op naar de Col de Madeleine, een kleine hobbel in het landschap, maar zeer geschikt om de benen even te testen en de ademhaling rustig te houden.

Mont Ventoux Malaucene

Boven wachten we weer even op elkaar. Het is erg warm, maar de benen voelen goed.
Eenmaal in Bedoin aangekomen, rijden we eerst naar het openbare toilet. Drie van de vier moeten hier al naar het toilet. Het zullen de zenuwen zijn. Een oude mevrouw waarschuwt ons dat het water daar niet drinkbaar is. We waren het al niet van plan en rijden naar de fontein bij de rotonde aan het begin van de beklimming. Daar vullen we de bidons en praten met een Vlaming die na 8 kilometer beklimming weer omgedraait is naar beneden. Waarom hij is omgedraaid? “Te warm, niet goed genoeg, weinig getraind, het was een domme weddenschap”.

Ik kijk naar hem. Hij ziet er afgetraind uit. Ik hou mijn mond. De temperatuur is inmiddels opgelopen naar 38 graden Celsius.
‘We gaan!’, klinkt het. We geven elkaar een boks en daar gaan we. Meteen in ons eigen tempo. Ik ga hard weg. Hier kan ik tijd winnen ten opzichte van mijn tijd van vorig jaar. Toen heb ik het eerste stuk vrij rustig aan gedaan. Niet nu. Als ik na een kilometer of wat eens achterom kijk, zie ik Johan en Sjaak volgen op 50 meter. Alex is nergens te bekennen. Eigen tempo. Sterk.


Vlak voor de haarspeldbocht bij Les Bruns kijk ik nog een keer om. Johan en Sjaak zitten vlak achter me. Ze komen me in de bocht voorbij. Het gaat meteen steil omhoog. Serieus steil. Johan en Sjaak rijden door. Ik roep nog:’ Tot straks mannen!’ en ga verder in mijn eigen tempo. Gegrinnik klinkt van de fietsen voor me. Sjaak verdwijnt al snel uit het zicht. Ik blijf op een meter of 50 van Johan fietsen. Ik zie hem schokken en sleuren aan zijn fiets. Het is warm. Hier in het bos waait de wind helemaal niet. Doortrappen.
Voor je blijven kijken.
Doortrappen.
Liedje in mijn hoofd.
The River van Springsteen.
‘I come from down in the valley
where mister when you’re young
They bring you up to do like your daddy done’

Ik trap gestaag door, maar MAN wat is het warm. Ik ben al door 1 van de twee bidons heen. Afstand top de top, nog 12 kilometer. Volgende bidon maar dan. Ik spuit water aan de voorkant mijn helm in. Warm water. Het koelt me een beetje af.
In mijn hoofd komt, tussen het liedje door, een frase uit een gedicht naar boven. …. c’est mourir un peu. Ik weet alleen niet meer wat er op de puntjes komt. Piekeren over de zin.

Ik kijk om en tot mijn verbazing zie ik Alex weer achter me rijden. Heeft hij ineens zoveel gas gegeven? Net was hij nergens te bekennen en nu rijdt hij een meter of 100 achter me.
Voor me zie ik Johan stoppen. Zal ik ook zo stoppen? Ik moet nog 40 meter, nog 35, 30. Als ik stop wordt het lastig weer op te stappen. 25 meter, 20. Ik doe het niet. Ik rij door. 15 meter, 10 meter. Of zal ik toch? 5 meter. Nee, ik rij door. Nog 1 meter en mijn benen houden als vanzelf stil. Ik ga naast Johan in de berm staan in de schaduw we praten wat. We drinken water. Afzien he? Pffff. Het meisje dat ik net nog inhaalde komt me nu lopend voorbij.

We groeten elkaar: ‘Bonjour, bon courage!’
…. c’est mourir un peu. Maar wat dan?

Johan deelt de calorieënkoek met me die hij in de wielerzaak in Malaucene kocht. Ik neem een hap. En probeer te kauwen. In mijn mond voelt het alsof ik een hap zand heb genomen. Het zal vast goed zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat er iemand is die dit fietsend kan eten. Ik geef Johan de koek na 1 hap terug en neem een grote slok water om mijn hap weg te spoelen.

Dan komt Alex ook bij ons. Hij stopt. Spreekt vreemd. Ik pak zijn fiets en hij gaat in de berm zitten. Misselijk. Oververhit. Johan en ik praten tegen hem, maar we krijgen geen reactie. Ik geef hem een snoepje voor wat suiker. Hij pakt het nauwelijks aan. Hij wil weer terug naar beneden fietsen. Gekkenwerk zeggen we hem. Hij is niet helder en hier afdalen betekent binnen 15 meter 40+km per uur. Levensgevaarlijk om af te dalen als je je hoofd er niet bij hebt.
Kort daarna stopt de rode auto van Heidi achter ons in de berm. Hanneke komt eruit en loopt naar ons toe. Ze heeft extra water voor ons.
‘Mag Krijn uit de auto?’ vraagt Heidi. En voor ik het weet staat mijn zoon naast me. Grote ogen.
Ik geef hem een aai over zijn bol. Johan en ik vertellen de dames hoe het met Alex gaat, dat het niet verstandig is als hij zo afdaalt en laten hem bij hen achter.

Wij gaan verder. Niet te lang stilstaan. We gaan door tot het chalet, besluiten we. Dit is gekkenwerk met deze temperaturen. Op de fiets kan ik even bijschakelen en een beetje tempo maken. Johan en ik rijden 50 meter samen op. Dan zie ik, centimeter voor centimeter, zijn fiets bij me vandaan rijden. En zo rijdt hij weer 50 meter voor me. Een mooie afstand. Het fietsen gaat zwaar. Ik moet weer terug naar mijn laatste tandje. Niks meer over. Slecht voor de moraal. De warmte trekt alle puf uit mijn lijf. Doorgaan. Ik probeer de afstand tussen Johan en mij gelijk te houden. …. c’est mourir un peu. Maar wat dan? Bocht naar links, bocht naar rechts.
Toeterend en zwaaiend komt de rode auto van Heidi voorbij.
‘Me and mary we met in high school
when she was just seventeen
We’d ride out of that valley
down to where the fields were green’.

Bij iedere lettergreep van de tekst gaat een van mijn voeten naar beneden op de trappers. Mijn gedachten dwalen af. Mijn hoofd zingt verder.
‘We’d go down to the river
And into the river we’d dive
Oh down to the river we’d ride’

Weer een bocht. Zou hierna het Chalet zichtbaar zijn? Ik was hier vorig jaar ook, maar kan me de bewuste bocht niet meer herinneren.
‘Then I got mary pregnant and man that was all she wrote
And for my nineteen birthday I got
a union card and a wedding coat’.

Er verschijnt een chalet in het bos aan de rechterkant. Nu kan het niet ver meer zijn.
‘We went down to the courthouse
and the judge put it all to rest
No wedding day smiles no walk down the aisle
No flowers no wedding dress’.

Een bocht naar rechts, de weg daalt zelfs een beetje. Dan is hier het Chalet Reynard! Het liedje is weg. Ik zie mijn zoon rennen op de parkeerplaats. Ik zie de rode auto van Heidi staan. Ik zie Johan van zijn fiets stappen bij het terras van het Chalet.
En dan rij ik mijn fiets naast Hanneke. Of ze is naar me toegekomen. Ik weet het niet meer. Alles is een waas. Iemand pakt mijn fiets aan. Mijn zoon begint druk tegen me te kletsen. Hij heeft een spandoek. “Papa ik sta hier! X Krijn”. Ik geef Hanneke een kus.

‘Het is klaar’, zeg ik. Ik zie Sjaak glimlachen. “Kom eerst maar even bij”, hoor ik hem zeggen. Ik kijk Johan aan. ‘Het is klaar’, zeg ik weer. We glimlachen naar elkaar. Ik hang met een flesje cola op mijn fiets, ga op de stang zitten en kijk naar boven de weg op.

Ik breek. Tranen. 6 kilometer. 6 fucking kilometer. Nog een slokje cola. Tranen wegdrukken.

En dan komt Alex boven. Hij heeft zichzelf herpakt, herrezen uit zijn dip en weer op zijn fiets geklommen. Als hij aankomt bij Chalet Reynard gaan we op het terras zitten. Iemand besteld een cola voor hem, die wordt afgerekend door iemand anders op het terras die geen idee heeft dat zijn cola geen 6 euro kost, maar dat hij ook de cola van Alex heeft betaald. Alex krijgt langzaam weer praatjes. Met Heidi heb ik het over de zin in mijn hoofd. …. c’est mourir un peu. Ze kent het, maar weet ook het antwoord niet.
Hanneke en Krijn komen het Chalet uit lopen. Hij heeft een wielershirt aan. Zijn gezicht staat op apetrots. Een glimlach van oor tot oor. Ik ook.

Ik kijk Johan en Sjaak aan. Gaan we weer? Ik laat me toch niet door 6 kilometer hier houden! Kloteberg. Ik geef me NIET gewonnen! Ik geef mijn vrouw en mijn zoon een kus en klim op mijn fiets. Johan ook.
Daar gaan we weer. Nog 6 kilometer maanlandschap te gaan. Ik rij 50 meter samen met Johan op. En dan zie ik zijn achterwiel weer langzaam bij me wegrijden. Ik ga weer in mijn cocon.
‘That night we went down to the river
And into the river we’d dive
On down to the river we did ride’

Eerste bocht. Daar is de rood-witte toren. Ik kan hem bijna aanraken. Het is nog 5,5 kilometer. Ik ga dit gewoon doen! Mijn humeur knapt iets op.
‘I got a job working construction for the johnstown company.
But lately there ain’t been much work, on account of the economy.
Now all them things that seemed so important,
Well mister they vanished right into the air.
Now I just act like I don’t remember,
mary acts like she don’t care’.

Een fotograaf maakt foto’s van Johan voor me. Ik rits mijn shirt dicht. Ijdelheid kent geen vermoeidheid. Getoeter en gejoel achter me. Daar komt de rode auto van Heidi weer voorbij. ‘Papa!’ hoor ik door alle herrie heen. Het geeft me moraal. Door. Ik kom bij de fotograaf. Hij maakt foto’s van me en steekt zijn kaartje in een van de zakken van mijn trui.

Verderop in de bocht staat Johan te wachten. Ik stop bij hem. We drinken wat. We kletsen even bij. Hoe de vakantie is. Over wat een klote tocht dit is. En dat we blij zijn dat we deze klote tocht met deze mensen doen. De Heeren zijn een mooie club, welke delegatie ook. ‘Wat een klotedag, op deze kloteberg.’

We klimmen weer op onze fietsen. ‘stukkie nog maar dan?’ We zijn weer onderweg. Rijden langs het monument van Tommy Simpson en besluiten ook nu, net als vorig jaar, niet te stoppen. Vlak onder de top zien we joelende mensen staan. Ik stuur Johan vooruit. ‘Dit is jouw moment!’ gil ik hem na. Ik zie zijn vrouw en twee dochters staan, naast de vrouw van Alex en twee dochters. Ze moedigen ons aan. Eerst Johan, even later kom ik. Ik heb nauwelijks meer puf om te reageren.

Nog 500 meter. Nog 400. Ik zie de afslag van de brasserie al liggen.
Nog een haakse bocht naar rechts. Recht omhoog gaat het laatste stukje. Eenmaal boven staat mijn gezin op me te wachten. Weer gedaan. Weer mezelf overwonnen. Weer een flesje cola. Weer die tranen. Maar nu met mijn gezin. Waardevol. Liefdevol. Mooi dat ze dit kunnen zien. Trots dat ze hier bij zijn.

De dames vertellen dat Alex ook weer uit Chalet Reynard vertrokken is naar boven. We wachten en wachten. Een oranje/blauw stipje verschijnt in een verre bocht. Zou dat hem zijn? Johan besluit hem tegemoet te lopen. Na een tijdje loop ik naar de laatste bocht om hem daar op te vangen. Maar het duurt nog heel lang voor hij in zicht komt. Daar is hij. Hij lijkt nog best soepel te peddelen. Ik maak foto’s van hem in de bocht. Dezelfde als de foto van Froome op de top van de Ventoux, toen deze nog 3 meter hoger was.

Boven aangekomen stort hij in elkaar. We feliciteren hem. Hij heeft vaak moeten stoppen en zelfs een aantal keren overgegeven. 4 mannen die vorig jaar in een redelijke tijd van tussen de twee uur en twee en een half uur boven waren, hebben nu meer dan 3,5 uur geploeterd. Nou ja, 3 van ons dan. Sjaak is ogenschijnlijk gemakkelijk naar boven gereden. Knap. Heel knap.

‘Gaan we?’

Ik geef Hanneke een kus. Alex gaat met de auto naar beneden. Verstandig.
Met zijn drieën rijden we naar beneden richting Malaucene. Het gaat heel snel heel hard. Mijn Garmin is door de warmte vastgelopen. Ik heb dus geen idee hoe hard ik ga. Misschien is dat maar goed ook. Het gaat echt heel hard. Bij het skigebied stoppen we even. We drinken wat, bewonderen de schaapskudde en de skilift. Verder dan maar. Het is een mooie lange, rechte afdaling. Sjaak rijdt voor me. Het gaat hard, maar ir rij liever voorop. Meer het gevoel dat ik zelf controle heb. Op een recht stuk ga ik op mijn pedalen staan en schiet Sjaak voorbij.
Na een bocht komt ineens een harde windvlaag om de hoek. De wind is zo hard, dat het goed is dat ik mijn stuur goed vast heb. Onderin de beugels. Toch word ik een halve meter opzij geblazen. Dit herhaald zich een aantal keer deze afdaling. Maar nu ben ik er op voorbereid. Ik ga zo aerodynamisch mogelijk zitten. Af en toe kijk ik om. Johan en Sjaak zijn weg. Ga ik zo hard? Concentreren. Rijden, goed de bochten aansnijden. Opletten voor dennenappels op de weg.
Een voetgangers oversteekplaats. Snelheid minderen. Vorige week in de auto stak hier een moeder met kind over. Ik rij Malaucene in.

Flashback. Ik stop op dezelfde hoek van de weg als vorig jaar. Als we er allemaal zijn gaan we naar een terras en bestellen de grootste bier die ze hebben. Wat een rotdag en wat een rotberg vandaag. Maar wat een mooie groep mensen om deze dag mee te beleven.
En dan komt het weer op.
…. c’est mourir un peu.
Ik zoek het op. Het is Partir.
Partir, c’est mourir un peu. Maar Ventoux was vandaag ook erg toepasselijk. Ventoux, c’est mourir un peu.
We proosten op een mooi samenzijn. Na een dikke knuffel rijden we terug naar de camping. Tijd voor een douche, pizza en bier.

Merci a tous. Zonder jullie had ik dit niet gekund.

1 thought on “De reprise

  1. Arne!!

    Alle tijd genomen om dit prachtige verhaal eens rustig, op m’n gemak & met beleid door te lezen. Lichaamstaal & verstand volgen elkaar op en af!!!! de emotie spat van het scherm. Wat een fantastisch verhaal en wat breng je alles toch mooi in beeld bij het lezen ervan……

    Chapeau!! deze juf zegt: op naar 2018 🙂

    Toedeloe!
    “de juf van Flowpoint”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.