Flanders en de zere knie

De Ronde, 2018

Het is 25 maart, 1 week voor De Ronde weer begint. Mijn vader appt me of ik er klaar voor ben. Ik stuur hem terug: “Ik denk het. Vandaag 75km gereden met een gemiddelde van 30 per uur. Doet zeer, maar ging serieus hard vandaag. Dinsdag nog een lesje spinning en dan moet het dat maar zijn”. Op de spinningles van dinsdag na, doe ik heel de week rustig aan. Rust werkt voor mij het beste om daarna goed te kunnen presteren.

Vrijdagmiddag 30 maart.
De dag voor De Ronde. Ik zet mijn fiets in de tuin in de zon en poets hem met veel liefde (alle beetjes helpen) en schuim. Dan zacht af sproeien met de tuinslang en afdrogen. Flanders2018-4Daarna maak ik mijn ketting schoon en wissel ik mijn remblokjes voor nieuwe. Na een uurtje staat hij te glimmen als nieuw en loopt de ketting weer als een naaimachine zo stil. Heerlijk.

Het valt me op dat ik slecht kan kiezen. Ik moet denken aan mijn vrouw die niet weet welk jurkje ze aan wil. Gek word ik ervan.

Al de hele week verzamel ik op onze slaapkamer allerlei spullen die ik mee wil nemen. Nu is het tijd om de spullen in te pakken die ik definitief mee wil nemen. Het valt me op dat ik slecht kan kiezen. Ik moet denken aan mijn vrouw die niet weet welk jurkje ze aan wil. Gek word ik ervan. Uiteindelijk weet ik een keuze te maken en gaat alles in mijn reistas. Klaar om te gaan.

Als Hanneke en Krijn terugkomen van zwemles ben ik helemaal klaar. Ik wacht ze op in de deuropening. Krijn blijft voor me stil staan. “Ik heb helemaal geen stickers gekregen”. Hij kijkt me teleurgesteld aan. “Ik heb geen stickers gekregen omdat ik mag afzwemmen!”, roept hij dan. “Gefopt!”. Samen moeten we heel hard lachen om zijn goede grap en ik geef hem een dikke knuffel en kus. “Trots ben ik op je, vent!”

Dan stopt Alex voor de deur. Een kwartiertje later dan gepland. Eigenlijk niks voor Alex om later te zijn. Meestal is hij veel te vroeg. Ik gris nog even mijn paspoort mee en we stoppen mijn tas en fiets in zijn auto. Daar gaan we.

Vanavond slapen we in een Bed and Breakfast bij Zulte-Waregem, zodat we morgen vroeg kunnen vertrekken uit Oudenaarde. In de auto praten we over de afgelopen voorjaarskoersen en de mogelijke winnaars van de profkoers zondag. Als we aankomen bij de B&B is het al donker. We worden vriendelijk begroet en krijgen een prachtige kamer toegewezen. Onder het genot van twee biertjes, die ik uit mijn tas tover, kijken samen naar de prachtige foto’s in het boekje Flandrien van Stephan Vanfleteren. We praten tot laat over mooie koersen en renners met getekende koppen. En natuurlijk over de geweldige prestaties van Niki Terpstra dit voorjaar. Hij lijkt nog wel ieder jaar beter te worden.

Als ik in slaap val, hoor ik alleen de ademhaling van Alex. Vreemd, als ik thuis ga slapen, hoor ik mijn vrouw helemaal niet ademen. Blijkbaar is dat inmiddels zo’n normaal geluid, dat ik dat helemaal niet meer opmerk. En dan val ik in een diepe slaap.

Ik schiet omhoog van het geluid van mijn wekker. Hoe laat is het? Een vlugge blik op de klok in de vorm van een appel in onze kamer leert me dat het 5 uur is. Wakker worden, douchen en ontbijten. Flanders2018-3Met veel zenuwachtig gedrentel. Zowel van Alex als van mij. Opnieuw die keuzes. Trek ik dit aan, of juist dat? Wat zegt de weer-app? En dan, na veel gedraai, zijn we eindelijk zover. We gaan. Het is een lekkere, niet al te lange autorit naar Oudenaarde. We parkeren de auto en nadat we ons gemeld hebben bij de start zijn we eindelijk zover. Het gedraai duurt tot we op de fiets over de start rijden. Vlak voor de start word ik nog geïnterviewd door een speaker. “Alex en Arne, wat gaat het worden vandaag?” Ik antwoord dat we 175 kilometer gaan rijden. “Schiet dan maar op”, zegt de man, “Alex heeft je nu al losgereden”. Ik moet hard lachen. Alex loopt met zijn fiets een meter voor me. Ik bedank hem en dan gaan we. We rijden in een rustig tempo Oudenaarde uit.

Na een kilometer of 10 beginnen we er echt aan. Wolvenberg, Ruiterstraat, Kerkgate, Molenberg, Paddestraat (waar ik vorig jaar hard ben gevallen), Haaghoek, Leberg, Berendries, Ten Bosse, ze volgen elkaar in rap tempo op. Ik voel me goed. Ik voel me sterk en rij op alle hellingen en stroken veel harder dan ik er ooit gereden heb. En dan ineens, onderweg naar de Muur van Geraardsbergen, een steek. Ik voel aan mijn rechterknie. Aan de buitenzijde van mijn knie, net onder het gewricht, zit een steek. Ik herken het meteen. Dit heb ik ook ooit aan mijn linkerknie gehad. Gevalletje overbelasting. Kut. Terugschakelen en een tandje lichter rijden. Geen probleem. Ik rij het er wel uit. Op ons gemakje rijden we naar Geraardsbergen. De pijn wordt erger.

En dan is hij daar. De Muur van Geraardsbergen. Een helling die lang scherprechter was in De Ronde en die er dit jaar eindelijk weer in zit. Ik ga uit mijn zadel en rij volle bak omhoog. Ondanks het verschrikkelijke stijgingspercentage dat oploopt tot 20% trap ik door. Ik voel dat ik vlieg! Langs de kant schreeuwen mensen mijn naam. Het zweept me nog verder op. Ik stijg boven mezelf uit, zoals dat hoort bij een processieweg als deze. Daar is de kapel. Bovenop wacht ik op Alex. Enkele supporters langs de kant maken een foto van ons bij de kapel. Na de Muur gaat het steil naar beneden. Onderaan is de bevoorrading.

Binnen in de tent zit een man met een deken om zich heen op een klapstoeltje. Hij kijkt me aan. Lege ogen. Hij bibbert. Maar het is niet koud.

Als we allebei onze fietsen hebben weg gezet, loop ik de tent van het Rode Kruis in. Daar ga ik weer. Binnen in de tent zit een man met een deken om zich heen op een klapstoeltje. Hij kijkt me aan. Lege ogen. Hij bibbert. Maar het is niet koud. Ik zeg niks over mijn knie. Als ik hier vertel over mijn knie halen ze me uit koers. Ik wil Ibuprofen. Dat haalt de randjes wat van de pijn. Ik vertel ze een verhaal over hoofdpijn, moet allerlei formulieren invullen en krijg een zuigtablet, die aspirine zou moeten bevatten. Ik ga terug naar Alex.

Tranen

We eten wat en rijden verder. Mijn knie is helemaal stijf van het zitten tijdens de eetpauze daarnet. Het duurt even voor ik weer op gang ben. 5 Kilometer later voel ik het weer. De pijn is terug en in plaats van dat ze minder wordt en de medicijnen de pijn wat wegnemen, wordt de pijn heviger.Flanders2018-2

Bij iedere trap-beweging schieten de tranen in mijn ogen. We dalen een stukje, ik hou mijn benen stil en ik breek. Tranen lopen nu over mijn wangen. Ik moet Alex echt gaan vertellen dat ik zo niet verder kan fietsen.

Ik schakel terug. En nog een keer. Steeds lichter. Ik roep Alex, die inmiddels een eindje voor me uit rijdt. Hij houdt zijn trappers stil. Ik rij inmiddels 14 kilometer per uur. Bij iedere trap-beweging schieten de tranen in mijn ogen. We dalen een stukje en ik breek. Tranen lopen over mijn wangen. Ik moet Alex echt gaan vertellen dat ik zo niet verder kan fietsen. Boosheid en verdriet overmant me. Ik kan me niet herinneren dat ik zo boos ben geweest. Altijd heb ik gedacht dat ik met mijn geest mijn lijf kon dirigeren naar grotere prestaties, maar vandaag lukt dat niet. Ik kan geen meter meer fietsen. Mensen rijden me aan alle kanten voorbij. Ik ben een oude man op een fiets.

Kwaad gooi ik mijn fiets tegen een hek en ga ertegen zitten. Alex komt naast me zitten en laat me uitrazen.

Bij een kruispunt stoppen we. Er staan twee vrouwen met kinderen te wachten op andere pappa’s. GODVER. Dat dit nu moet gebeuren. Kwaad gooi ik mijn fiets tegen een hek en ga ertegen zitten. Alex komt naast me zitten en laat me uitrazen. Ik hoor Alex wat met de vrouwen naast ons praten. In mijn hoofd vallen al mijn sportieve doelen voor dit jaar als kaartenhuizen in elkaar. Weg rit naar Friesland, weg rit in 2 dagen naar Parijs. En ‘als ik mijn knie maar niet stuk maak’. Dan heb ik daar misschien mijn leven lang last van. Alex praat rustig op me in.

Langzaam word ik wat rustiger en bekijken we de praktische opties. Hoe ver is het naar Oudenaarde? En hoe ver is het over parcours naar Oudenaarde? We besluiten heel rustig over het parcours te rijden, zodat we ook voldoende mensen om ons heen hebben. Ik trap nu bijna volledig met mijn linkerbeen. De rechter draait nog wel mee, maar met geen enkele kracht meer. Daar is de Valkenberg. Afstappen doe ik niet. Doortrappen. Vooral met links, dat wel, en op mijn binnenblad. Zo licht mogelijk. Maar ik kom boven. Datzelfde geldt voor de Eikenberg. Rustig aan rij ik omhoog en klets wat met de mensen om me heen. Afleiding. Denken aan andere dingen. Zien hoe anderen afzien.
Dan eindelijk komen we bij de bevoorrading in Oudenaarde. Vlak voor de bevoorrading zet ik mijn Garmin op de Markt in Oudenaarde en we rijden van het parcours af, langs de televisiestudio van Sporza, de markt en het terras op. Het is prachtig weer en de terrassen zijn vol, maar we vinden een plekje bij een vriendelijke meneer, die ons allerlei vragen stelt over onze fietstocht vandaag. We eten frieten en drinken bier. Mijn boosheid zakt nu met de alcohol naar mijn benen.

Flanders2018-1

Dat is goed te merken als we naar de officiële finish van de toertocht doorrijden. Pijn en zware benen. Toch nemen we bij de finish opnieuw een pint. De tocht naar huis is gezellig. Ondanks het feit dat het pijn deed, hebben we toch 110 kilometer gereden van de voorgenomen 175. En dat met zoveel pijn.

Toch een kleine overwinning voor de geest.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.