Bakker met een radiator

“Weet je zeker dat je gaat fietsen morgen?”, vraagt mijn vrouw me de avond voor mijn rit van Prinsenbeek naar Middelburg. Ik kijk nog eens op mijn weer app. “Het is koud morgen, twee graden boven nul, maar wel droog tot 12 uur. Dus als ik op tijd weg ga moet het lukken.”

De volgende ochtend ontbijt ik met twee flinke boterhammen. Een met pindakaas en een met chocopasta. Zo. De calorieën om me warm te houden zitten er alvast in.
Ik geef iedereen een kus en ga op pad. Het is half tien, iets later dan ik bedacht had.
Ik rij het pad af en ga de kou in richting Etten-Leur, mijn Garmin achterna. Het is heerlijk fietsweer, de wind komt uit zuid-west, schuin van voor, in de richting waar ik heen wil. Toch gaat het lekker en loopt mijn tempo al gauw op naar de 29 km per uur. het is afgelopen nacht koud geweest. Op sommige plekken geven de temperatuurmeters langs de weg nog onder nul aan.
Even buiten Etten-Leur heeft het gesneeuwd vannacht en is deze vastgevroren aan de weg. Het hele stuk tussen Sint Willibrord en Roosendaal is glad, met ijzige stukken op de weg. Heel even twijfel ik om terug naar huis te gaan. Nee, dat zou te makkelijk zijn. En dus laat ik mijn ambities qua tempo varen en fiets rustig richting Roosendaal.
In Roosendaal is de sneeuw weg. Wel stuurt mijn Garmin me dwars door de stad, waardoor ik op de markt in een massa carnaval vierende mensen terecht kom. Vooral oppassen, omdat er overal glas ligt. Met een snelle reactie weet ik een kapot bierglas te ontwijken en rij ik de markt weer af. Mooi is dat van Brabant. Ze vinden tussen 11 november en carnaval altijd wel een excuus om vast een voorproefje te nemen op de feestelijkheden, met als apotheose carnaval zelf.

Door lange, saaie Vinex wijken rij ik Roosendaal uit, op weg naar Bergen op Zoom. Ik besluit, na mijn avontuur in Roosendaal, richting Hoogerheide te rijden, om zo de stad Bergen op Zoom te vermijden. dat lukt aardig, al vind mijn Garmin het aardig om mij af en toe over zandpaden te sturen. Maar door de vorst van vannacht zijn deze gelukkig keihard en zijn ze vrij gemakkelijk te berijden.
Na Hoogerheide, dat wat hoger ligt, rij je de vlakke wereld van Zeeland in. En man, wat is het vlak. De wind heeft hier vrij spel en de wegen zijn er eindeloos lang. Ik rij tot onder een viaduct en stop even. Ik stuur een berichtje naar huis waar ik ben.
Vooraf spraken we af, als ik alleen boz stuur in plaats van Bergen op Zoom, dan heb ik het zwaar. Ik voel me heerlijk, maar om haar te pesten stuur ik toch boz.

“Mijn moraal is goed, ik heb er zin in. Nu gaat het echt gebeuren. Vanaf hier ga ik echt richting zee. Middelburg, here I come!”

Ik rij onder het viaduct vandaan en meteen voel ik het. Regendruppels. Het zijn er niet heel veel en zeker geen dikke druppels, maar het regent. Heel veel vroeger dan voorspelt. Ik rij langs Krabbendijke en Oostdijk, mijn ellebogen op het stuur en mijn blik een meter voor mijn voorwiel. Ik zie alleen maar asfalt onder mijn wielen verdwijnen. Het begint steeds harder te regenen. Ik heb muziek aangezet. Moraal is belangrijk. In mijn oren klinkt het eerste album van Typhoon, “Tussen licht en lucht” uit 2007. Wat een monsterplaat. Dikke hiphop beats met de poëtische rimes van Typhoon erover brengen weer tempo in mijn benen.
Wel begin ik het serieus koud te krijgen. De regen heeft inmiddels al mijn kleding doordrongen en ik ben tot op mijn vel nat. Doordat het hier 2 graden boven nul is en de wind schuin van voren komt koel ik snel af. Mijn voeten hebben geen gevoel meer en ik vraag me af of ik nog snel zou kunnen remmen als er nu iets zou gebeuren. Ik vouw mijn handen samen voor mijn stuur en laat ze elkaar verwarmen. Alle vingertoppen naar binnen, uit de wind en de regen. Dat helpt iets. Ik begin me af te vragen waar onderkoeling begint en of je dat zelf ook merkt. Ik weet niet wat de verschijnselen zijn.
Gek genoeg zet je lichaam koude ook weer om in warmte. Dus wanneer mijn benen prikken van de kou, geeft mijn lijf vijf minuten later mijn benen weer een warm gevoel. Dat baart me zorgen, want echt warmer worden ze niet. Het is dus een soort surrogaatwarmte van mijn eigen lijf. Overlevingsdrang.
Mijn benen blijven malen. Ik hou mezelf voor dat zolang mijn benen maar blijven draaien, ze niet zo zullen afkoelen dat ik moet stoppen.

Ik kruis een aantal keer de A58. Het is een lange, saaie route naar Middelburg.
Mijn route voert me langs Kruiningen. Ik besluit naar de kerk te rijden. Bij de kerk zit 9 van de 10 keer wel een bakker. Zo ook hier.
Ik stap van mijn fiets en loop naar binnen. Aan de balie bestel ik een amandelbroodje en ik vraag vriendelijk of ik even 10 minuutjes tegen de radiator mag gaan staan. Het mag. De bakker biedt nog aan dat ik wel 3 minuutjes in de oven mag. Dat aanbod sla ik even af, maar de radiator maakt mijn lijf weer een beetje warm. Na 5 minuten zegt de mevrouw achter de balie tegen me dat ik alweer wat kleur krijg. Gelukkig, dan gaat het de goede kant op. Mijn iPhone blijkt de kou niet goed te kunnen handelen en heeft zichzelf uitgeschakeld. Maar na een paar minuutjes op de warme radiator lijkt hij toch weer op te starten. Ik word weer warm, ga weer grapjes maken. Tijd om te gaan rijden dus.

“De warmte die de radiator aan mijn natte fietsbroek heeft afgegeven is buiten meteen verdwenen en maakt plaats voor stekende kou. Ik stap op mijn fiets en schakel even terug om soepeler te gaan rijden. Mijn benen voelen stram en willen niet rond. Pas na een paar kilometer geven mijn benen toe en stoppen met zeuren dat ze terug willen naar de warme radiator van de bakker in Kruiningen.”

Een bordje. Nog 15 kilometer naar Goes. En vanaf Goes is het nog maar 30 kilometer naar Middelburg! Ik doe dat heel vaak. Als een afstand groot is om te overbruggen, deel ik hem op in overzichtelijke stukken. Op die manier hou ik mezelf positief, omdat de doelen haalbaar lijkt.
Het zijn 15 lange kilometers naar Goes, maar nog nooit ben ik zo blij geweest om Goes te zien. Uit de verte dan, dat wel. Ik rij er met een grote boog omheen. Door. Lange rechte wegen richting Middelburg. Het lijkt wel wat minder te gaan regenen. Misschien helpt het als ik mijn bril af zet. Dat lijkt te helpen. Ik stop mijn bril heel voorzichtig in het zakje van mijn wielershirt.

De wind steekt wel op hier dicht bij zee. Het waait hier harder. Ook lijkt het alsof de wind meer richting west gaat en steeds meer recht van voren in mijn gezicht blaast. En dan. Een bordje. Nog 3 kilometer naar Middelburg. Grappig, want van Middelburg is nog niets te zien.
Ik kronkel de stad door en kom uiteindelijk aan bij Kim en Arjan, waar mijn vrouw me al tegemoet komt. Ze geeft me een kus en na een heerlijk warme douche zet ik me voor een gezellige middag met trouwfoto’s aan tafel.
De kou blijft nog twee dagen in mijn lijf.